Urovet Urovet
Mijn hond maakt calciumoxalaatstenen: hoe voorkom ik dat?

Mijn hond maakt calciumoxalaatstenen: hoe voorkom ik dat?

Calciumoxalaatstenen zijn een complexe, multifactoriële aandoening: urineconcentratie, pH, calciumopname, stofwisseling en genetische aanleg. Hoewel ze niet altijd volledig te voorkomen zijn, kunnen we met de juiste maatregelen de kans op terugkeer aanzienlijk verkleinen. Onderstaand stappenplan helpt u om thuis de juiste ondersteuning te bieden.

Er zijn twee types calciumoxalaatstenen: dihydraatkristallen of  monohydraatkristallen. Ze komen ook samen voor in 1 steen. De percentages van het type kristallen laat zien wie er het meest belangrijk is. En zelfs de dihydraatkristallen kunnen overgaan naar monohydraatkristallen. Het is een complex geheel.

Calciumoxalaat monohydraat (afkorting COM)

Dit zijn harde ovale steentjes, die ontstaan bij een hoge oxalaatconcentratie in de urine of als de urine te zuur en te geconcentreerd is. 

Veel drinken is bij calciumoxalaat monohydraat is dit de belangrijkste truuk om te zorgen dat de kristallen geen kans hebben om neer te slaan.

Alle andere aanpassingen in voeding en zuurtegraad van de urine bouwen hierop voort.

Calciumoxalaat dihydraat (afkorting COD)

Dit zijn zachtere, envelop-vormige steentjes, die ontstaan bij een hoge calciumoxalaatconcentratie in de urine. Soms ontwikkelen ze zich naar de monohydraat en worden dan harder. Omdat calciumuitscheiding door niercellen naar de urine toeneemt als er ook natrium (lees: zout) in de voeding zit, is het verstandig om zoutarme voeding te gebruiken bij dit type stenen.

COM - COD hond.png

Bloedonderzoek voor diagnostiek

Door het calciumgehalte te bepalen in het bloed kan gezien worden of dat dit gehalte niet te hoog is. Als dat namelijk te hoog is, dan kan dit ook een reden zijn dat de nieren meer calcium uitscheiden en dat de stenen eerder terugkomen. Het calciumgehalte bestaat uit totaal calcium en het geïoniseerde calcium. Dit laatste is het actieve deel van calcium dat een rol speelt bij het bepalen of het gehalte in bloed te hoog is of te laag. 

Behandeling

Het  beperken van uitscheiding van calcium en oxalaat in de urine is erg ingewikkeld. Daarom komen dit soort stenen helaas ook vaker terug vergeleken bij andere stenen, zelfs als er strikt aan onderstaande stappen wordt gehouden. Controles blijven dus belangrijk.

Hieronder proberen we in simpele stappen uit te leggen wat er gedaan kan worden.

1. Verhoog de vochtopname: minimaal 50 ml per kg lichaamsgewicht per dag

Bij alle dieren met stenen is drinken het allerbelangrijkste. Dit is de best werkende, veiligste én goedkoopste manier om stenen te voorkomen. Dagelijks minimaal 50 ml/kg per 24 uur moet de hond drinken. 

Doel: Extra vocht verdunt de urine en verlaagt de kans dat calcium en oxalaat opnieuw samen kristallen vormen. Honden drinken meestal meer dan katten, maar bij spontaan drinkende honden is het alsnog vaak te weinig. Door het bepalen van het soortelijk gewicht kan gezien worden of er genoeg gedronken wordt: de gewenste waarde is 1020 tot 1025. Dit wordt bepaald met een refractometer. Dit kunt u thuis doen (te bestellen via [email protected] met instructies hoe deze te gebruiken) of door de urine langs te brengen bij de dierenarts.

Praktische tips om de vochtinname te verhogen:

  • Water toevoegen aan het droogvoer om de totale vochtopname per maaltijd te verhogen.
  • Kies water met een laag calciumgehalte zoals Spa Blauw (zie Water en hun calciumgehalte)
  • Natvoer te geven als extra vochtbron (evt. aangevuld met extra water).
  • Meerdere drinkbakken op verschillende plekken in huis en in de tuin plaatsen.
  • Smaakjes toevoegen aan water, zoals een kleine hoeveelheid kookvocht van witvis of gekookte kipfilet zonder zout, om de drinkmotivatie te verhogen.
  • Een drinkfontein voor honden die stromend water aantrekkelijk vinden.
  • Het is belangrijk om te meten of dat er voldoende gedronken wordt door uw hond. 
  • Laat de hond regelmatig uit (minimaal 4x daags) zodat kristallen geen tijd hebben om samen te klonteren.

2. Kies het geschikte voer: laag calcium, laag natrium

Het is belangrijk om een dieet te kiezen dat past bij het type steen en daar strikt aan te houden. Er bestaat geen 100% garantie dat steenvorming nooit meer optreedt.

Calciumoxalaatstenen kunnen niet worden opgelost met voeding. Voorkomen is daarom het allerbelangrijkste. Het voer dient dan eigenlijk als medicijn. Het type kristallen geeft aan waar rekening mee gehouden moet worden:

  • Calciumoxalaat dihydraatkristallen (COD): niet teveel natrium in het dieet te hebben, want calcium wandelt met natrium in de nierbuisjes mee naar de urine.
  • Calciumoxalaat monohydraat (COM) is het juist belangrijk om zo min mogelijk oxalaatvoorlopers in het dieet te hebben, met daarnaast een normale zuurtegraad van de urine.

Doelen van het dieet:

  • Urine-pH licht verhogen (minder zuur).
  • Calcium- en oxalaatinname beperken.
  • Natrium en eiwit in balans houden.
  • Urinevolume verhogen.

Praktische tips om het dieet zo succesvol mogelijk te laten zijn:

  • Verdeel de voeding over 3 tot 4 keer daags. Zo blijft de zuurtegraad van de urine stabiel.
  • Geen extra snacks met de term Urinary erop. Vaak is dit bedoeld om de urine ook wat zuurder te maken (zoals met veenbessen, cranberry, citroenzuur etc).
  • Geen tafelrestjes met veel calcium, natrium of oxalaat (zie 'Voeding en hun gehaltes').
  • Stel zelf geen dieet samen zonder begeleiding van een dierenarts of voedingsdeskundige.
  • Zorg dat de hond niet te zwaar wordt, dit werkt steenvorming in de hand.

Het is heel erg belangrijk dat uw hond niets anders dan dit dieet krijgt! Het voer is de sleutel tot het succes.  

3. Opvolging en controle 

Regelmatige monitoring is essentieel om te beoordelen of het dieet het gewenste effect heeft.

Binnen 2 weken na start van dieet

  • Controleer de urine op het soortelijk gewicht 🏋️‍♀️. Deze moet lager dan 1025 zijn. Dit wordt bepaald met een refractometer. Dit kunt u thuis doen (te bestellen via [email protected] met instructies hoe deze te gebruiken) of door de urine langs te brengen bij de dierenarts. Als dit niet het geval is, dan zal er meer water per dag gedronken moeten worden. 
  • Controleer de zuurtegraad 🍋 van de urine. De zuurtegraad wordt bepaald door pH-meting. Dit kunt u laten doen door de urine langs te brengen bij de dierenarts of zelf thuis te bepalen met lakmoespapier (te bestellen via [email protected] of bij een drogist te verkrijgen). De gewenste waarde van de zuurtegraad van de urine voor calciumoxalaat is 7.5.

Vier weken start van dieet

  • Controleer de urine op het soortelijk gewicht 🏋️‍♀️. Deze moet lager dan 1025 zijn. 
  • Controleer de zuurtegraad 🍋 van de urine. De gewenste waarde van de zuurtegraad van de urine voor calciumoxalaat is 7 tot 7.5.
  • Controleer het urinesediment. Onder de microscoop kan bij de dierenarts gekeken worden of er weer calciumoxalaatkristallen gevonden worden. 
  • Laat een echografisch onderzoek van de blaas uitvoeren om te zien of er weer steentjes zijn.
  • Als er eerdere steentjes in de nieren, laat een röntgenfoto maken van de buik (bij iedere controle op dezelfde zijde) om te zien of de steentjes groeien of stabiel blijven.

Drie-maandelijkse controles

Als er  een goede zuurtegraad, laag soortelijk gewicht en geen kristallen worden gevonden, kan er overgegaan worden naar de 3‑maandelijkse controles. Echografie van de blaas is hierbij het belangrijkste onderzoek. Met deze techniek zijn steentjes eerder weer te zien 

En als het allemaal niet werkt

Als alle middelen onvoldoende werken, zijn er verschillende keuzes. 

  • Als de pH van de urine te zuur blijft (6,5 of lager), dan kan gekozen worden om  kaliumcitraat toe te voegen (Zie 'Kaliumcitraat suppletie bij de hond'). 
  • Als er toch stenen terugkeren, dan is het verstandig om bij kleine steentjes (passend bij de doorsnede van de plasbuis) te zorgen dat deze uitgeplast worden (veel drinken en vaak uitlaten). Als ze daarvoor te groot zijn, dan zijn er een aantal methodes:
    • de plasbuis en blaas catheteriseren en de steentjes eruit spoelen;
    • via urethroscopie in de blaas met een kijkbuis de steentjes vangen en eruithalen;
    • via de blaas de steentjes met een endoscoop eruit halen;
    • via een operatie aan de blaas de steentjes verwijderen. Dit zorgt vaak weer voor een grote wond aan de buik en de blaas, dus heeft niet de voorkeur. 

Bij terugkeer van stenen is het eerst verstandig om te beoordelen of er nog verbetering verkregen kan worden door het voer aan te passen. Dit kan onder begeleiding van een voedingsspecialist. Hiervoor zullen dan alle gegevens verzameld moeten worden (type voedingen die geprobeerd zijn en of de hond het graag at, het gehalte aan calcium in het bloed en in de urine. 

Als er met het voer geen verbetering mogelijk is, dan kan er nog gestart worden met medicatie zoals hydrochloorthiazide om de uitscheiding van calcium door de nieren te beperken (Zie 'Medicatie in de urologie'). Dit mag alleen gebruikt worden als het calcium in het bloed niet verhoogd is (zie hierboven bij 'Bloedonderzoek' voor uitleg). Een verhoogd calciumconcentratie in het bloed kan namelijk gevaarlijk zijn voor het lichaam, als dit nog meer beperkt gaat worden. 

Bij Specialist Bouvien hebben we ons toegelegd op de begeleiding van dieren met steenvorming in de urinewegen. 

Deze informatie is vormgegeven op basis van wetenschappelijke literatuur, Minnesota Veterinary Urolith Center USA, en dagelijkse ervaring bij Specialist Bouvien.